Thijs de Vries weet wie de mol is!

Mollenbestrijder Thijs de Vries heeft bijna vijftig jaar ervaring: ‘Ik ga in het veld na wat de meest verse mollenhoop is.’ Tekst Koos Schipper. Foto: Hoekstra Grootebroek

“Wie is de mol?” is een kijkcijferhit van jewelste. Op nieuwjaarsavond waren meer dan drie miljoen televisiekijkers getuige van de eerste aflevering van het nieuwe seizoen. Tussen de elf Bekende Nederlanders bevindt zich een saboteur, aangeduid als “de mol”. Pas aan het einde van de programmaserie wordt duidelijk wie dit is.
De 22e editie speelt zich af in Albanië. Westwouder Thijs de Vries (75) zoekt de mol veel dichter bij huis. Al bijna vijftig jaar houdt hij zich in deze omgeving bezig met mollenbestrijding. ‘Mollen zijn geen beschermde dieren en worden ook niet beschouwd als ongedierte’, bezweert Thijs. ‘Maar het jammere voor deze beestjes is dat ze overlast en zelfs schade veroorzaken. Dat is de reden waarom ze worden bestreden.’
Gazonnetje
‘Mollen zijn op zoek naar regenwormen en daar is niks mee. Alleen, je zult maar een mooi gazonnetje hebben liggen. Dan ben je niet blij als je uit het raam kijkt en één of meer molshopen ziet. Ook tuinders en boeren ondervinden schade van mollen’, vervolgt Thijs. ‘Bij het maaien verspreiden zij de omgewoelde grond over het gras en dat leidt tot minder hooiopbrengst.’
Mollenklem
Voor de bestrijding is de mollenklem het aangewezen hulpmiddel. ‘Kijk, die veer moet zo zwaar mogelijk gespannen zijn’, licht Thijs toe. ‘Dan springt hij bliksemsnel en is de werking maximaal. Ik ga in het veld na wat de meest verse hoop is. Meestal is de mol daar in de buurt. Dan graaf ik het ritje (mollengang, red.) op, plaats de klem en dek de grond weer toe. De bovenkant van de klem steekt boven de grond uit. Als ik dan later mijn gezette klemmen controleer, zie ik meteen of die wel of niet is gesprongen.’
Ondergronds omweggetje
Een gesprongen klem betekent in de meeste gevallen dat de mol is gevangen. ‘Maar niet altijd’, weet Thijs. ‘Ik maak mee dat een mol keurig een ondergronds omweggetje maakt en om de klem heen graaft. Ook zijn er mollen die een nieuw ritje onder de klem graven.’ Kortom, niet alle mollen laten zich zo gemakkelijk vangen.
Kunstje apart
Het bestrijden van mollen is een kunstje apart. ‘Door de jaren heen heb ik ervaring opgebouwd. Voorheen zette ik tien klemmen en ving ik twee of drie mollen. Tegenwoordig is het andersom. Van de tien klemmen zijn er denk ik gemiddeld zeven succesvol.’ Thijs vindt niet dat alle mollen moeten worden weggevangen. ‘Mensen halen me er wel eens bij als zij molshopen aantreffen in hun plantsoentje, tussen de planten. “Mooi laten zitten”, zeg ik dan. Zolang ze niet onder je grasveld komen, heb je er geen last van.’
Territorium
Op het weiland waar de foto wordt genomen, treffen we op een relatief kleine oppervlakte minstens vijftig molshopen aan. Hoeveel mollen zitten hier? Thijs lacht. ‘Dat kan ik niet zeggen. Soms is er maar één hoop maar vang ik drie of vier mollen. Een andere keer zijn er tien hopen en blijkt er maar één mol te zijn. Het hangt er helemaal vanaf hoeveel wormen de mol tegenkomt. Als dat er weinig zijn dan moet hij zijn territorium vergroten om aan voedsel te komen. Dan graaft hij verder en ontstaan er meer molshopen. De grond die hij weggraaft, moet immers ergens naar toe.’