Oud-Grootebroeker woont in Noorwegen

Tekst Piet Reus, foto aangeleverd

In de jaren ’50 tot begin 70-er jaren woonde aan de Zesstedenweg het gezin van Thijs Schouten en Cathrine Buurman, met acht kinderen. Matthé, de vierde van het gezin, volgde de opleiding aan de RMTS in Hoorn. Tijdens zijn opleiding had hij al de gedachten om naar het buitenland te gaan.
Hij wilde een goede theoretische achtergrond en wilde voor extra kennis van export en teeltbegeleiding naar Scandinavië. Vader Thijs was tuinder en wilde het liefst dat de zes zoons in het bedrijf gingen werken.
Finland en Noorwegen
Voor die tijd was het een bijzondere stap om als achttienjarige naar het buitenland te gaan. Matthé kon in september 1970 met een bloembollenexporteur mee naar Finland om daarna te werken op een moderne tulpenbroeierij nabij Helsinki. Daarna woonde hij zes weken in Bals fjord bij de toekomstige schoonfamilie. Zijn vrouw Rigmor (toen bijna 17 jaar) ontmoette hij de eerste keer in Asker/Oslo, waar hij zes weken werkte. Dit was ná de RMTS en vóór Finland.
Dienstplicht roept
Hij kon Rigmor niet vergeten en wilde haar zien, voordat hij in Nederland 16 maanden in militaire dienst moest. Het was een lange reis van Helsinki naar Balsford. Eerst 700 kilometer met de trein, daarna 400 kilometer met de bus tot de Noorse grens. Daar haalde zijn schoonvader hem op in Kilpisjarvi, voor nog een rit van 80 kilometer. Matthé daarover: “Hij was niet zo blij met mij de eerste weken, ook niet omdat ik zijn dochter mee naar Nederland nam.” Vanuit het hoge Noorden liftte hij met zijn vrouw naar Venhuizen. Zij leerde bollen rapen en pellen bij zijn vader en ome Jan. Het gezin Schouten was inmiddels van Grootebroek naar Venhuizen verhuisd. In de 16 maanden in het leger was hij hospik bij een bevoorradingscompagnie in Amersfoort. Rigmor bleef in Nederland en was huishoudster bij een familie in Bergen en heeft ook in de horeca in Amsterdam gewerkt.
Noorwegen
Januari 1973 vertrokken zij naar Frederikstad Noorwegen. Matthé ging daar werken op een bloemenkwekerij. Mei 1973 verhuisden zij naar Høvik, vlak buiten Oslo. Daar werd hij snel bedrijfsleider in de anjer-en tulpenbloementeelt. Daar heeft hij 17 jaar gewerkt. Omdat zij de beste tulpenbollen van West-Friesland wilden hebben, werd al snel een directe import opgezet. Zo kon hij zijn relaties in de Streek gebruiken.
Eigen bedrijf
De Finse taal was niet gemakkelijk en hij ging op avondcursus. Noors, Zweeds en Deens lijken op elkaar en het Noors kan in drie landen worden gebruikt. In 1994 hebben zij een bedrijf gehuurd met hun zoon Sebastian. Sebastian leerde snel en in 1995werd een perceel gekocht en een nieuwe kas gebouwd met bedrijfsgebouw voor 4 miljoen tulpen. Meermaals werd er uitgebreid. De laatste uitbreiding in 2010 naar de huidige capaciteit van 20.000.000. Dochter Christel kwam in 2000 in het bedrijf en regelt de oogst, verkoop (aan retail/grossist) en verpakking. Matthé is heel trots op Sebastian en Christel, die het bedrijf de laatste 15 jaar verder hebben ontwikkeld.
De handel
Handel in Nederland is uitsluitend aankoop van bloembollen bij gerenommeerde bollenkwekers in vooral West-Friesland. Verkoop is nu specifiek aan broeiers in Noorwegen, maar voorheen ook andere landen als Japan en Australië.
Nationaliteit
Rigmor en Matthé zijn 18 augustus 1973 getrouwd in Balsfjord kirke. Inmiddels alweer 47,5 jaar geleden. Naast dochter en zoon, hebben zij 5 kleindochters tussen de 3-22 jaar. Sinds
2012 heeft Matthé de Noorse nationaliteit. Een dubbele nationaliteit was helaas niet mogelijk. Dit artikel is ontstaan na intensieve correspondentie met Matthé. Over zijn leven in Noorwegen en zijn gezin. Matthé sloot af met de mooie zin: “Maar ik voel mij nog steeds als een echte Grootebroeker.”

Piet Reus