Ode aan Kweeklust

Ik was aan het wandelen gegaan
en wie kwam ik tegen?
Het groene hart van Kweeklust,
de volkstuin van Stede Broec.
Ik groette haar met ontzag en zei:
wat ben ik blij u hier aan te treffen.
U kloppend hart, uw levende aderen,
uw stille paden tussen prei en lof,
tussen aster en braamstruik.
Koning van de lente,
kameraad van de natuur
verkoop u niet.
Voordat u het weet
is het water gekanaliseerd,
de lucht een dure grap
en de omliggende grond
getaxeerd en geƫxploiteerd.
Nee, volkstuin , verkoop u niet,
Laat u niet inpakken en wegwezen,
laat u niet vastleggen op afspraken,
die verdwijnen als sneeuw voor de zon.
Vogels fluiten er samen hun lied,
bloesems dwarrelen in de zon.
Zaden en zaailingen zijn het gesprek
van de zondagsrust.
De tuin is van gisteren en morgen
een weerkerende bron van levenskracht
van het krieken van de dag
tot het vallen van de avond.

Groet Dirk Visser