Niet ik, maar wij

De oorlog in Oekraïne heeft veel mensen in beweging gebracht. Mensen die huis en haard moesten achterlaten en opgevangen worden. In een wereld waarin we soms mopperen over de ik-cultuur en het gebrek aan ruimte voor ‘samen’, vind ik het indrukwekkend dat er zo veel mensen opstaan voor anderen. Mensen die hun deur open zetten, spullen of geld inzamelen, kamers gereed maken, activiteiten organiseren en daarmee een warm welkom bieden. Mensen die kleding brengen, een fiets beschikbaar stellen of een bed. Lief zijn voor een ander, die je in dit geval niet eens kent, is een ondergewaardeerde eigenschap en dit is lief.
Ook in de gemeentelijke organisatie is snel geschakeld om mensen op te kunnen vangen. Ik ben onder de indruk en trots als ik op een zaterdag het gemeentehuis in loop en een crisisteam aan het werk zie om op tijd een groep vluchtelingen een dak boven het hoofd te bieden. Of wanneer zij op zondag in de kerk de vermoeide vluchtelingen opvangen en begeleiden naar hun gastgezin. Het is voortdurend schakelen en oplossingen bedenken; er wordt keihard gewerkt om op tijd alles geregeld te hebben.
Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de scholen, nauwelijks bekomen van de hectiek die Corona met zich meebracht staat er een nieuwe opgave voor de deur. Zij bieden de kinderen een plek en dat ondanks een lerarentekort en soms toch al volle klassen. Het besef dat we op moeten staan is groot.
Als ik naar het nieuws kijk vind ik de wereld niet altijd mooi. Maar als ik mijn blik op de eigen omgeving richt, constateer ik dat veel mensen de wereld op dit moment toch echt een beetje mooier kleuren. Dat we samen opstaan in deze vluchtelingencrisis is daar een prachtig voorbeeld van.

Simone Visser-Botman
Wethouder gemeente Drechterland