Kees Deken: de tuinman van het Landpadje

Kees Deken: ‘Mensen vinden het fijn dat het er hier aan het Landpad netjes uitziet.’ Tekst Koos Schipper. Foto Hoekstra Grootebroek

Kees Deken woont al zijn leven lang op de Binnenwijzend in Westwoud, recht tegenover het Landpadje. Achter zijn huis beschikt hij over een flinke moestuin. Die ligt er goed verzorgd bij, evenals zijn grote grasveld en diverse bloemenperken. Kees houdt van netjes en van tuinieren. De wilde begroeiing op de walkant, aan de andere kant van de Wijzend, was hem een doorn in het oog. ‘Al die brandnetels, dat fluitenkruid en ander onkruid. Het was geen gezicht en het trok ratten aan.’
Kees besloot een jaar of tien geleden zelf de handen uit de mouwen te steken. ‘Kijk, zie je die gemetselde en deels gestucte put daar aan de overkant? Dat is de oude brongasput van de gebroeders Wagenaar, die hier even verderop woonden. Er liep een pijp langs de oude brug over de Wijzend en die eindigde in hun keuken. Ze kookten op brongas. Ik wist dat die put er lag maar hij was compleet overwoekerd. Ik heb alle beplanting en bende eromheen weggehaald en toen kwam de put bloot te liggen. Hup, potgrond erin en plantjes geplant. Man, man, wat knapte dat op.’
Vergeet-mij-nietjes
Het smaakte naar meer. Kees haalde nog meer onkruid, gras en riet weg en zaaide zaad voor blauwe vergeet-mij-nietjes. Hij kan er elke dag met plezier naar kijken. ‘Zolang ze bloeien, die tijd is nu bijna voorbij. Als de bloemen dood zijn, blijven er zaadjes over. Die zeef ik eruit en dan kan ik ze later weer zaaien.’ Het bleef niet bij die ene walkant. Direct aan de weg, daar waar je het Landpad betreedt, plantte hij begonia’s. ‘Ik heb gelijk slakkenkorrels gestrooid. Het giert hier namelijk van de slakken. Voor je het weet zijn alle begonia’s verdwenen.’ Er zijn wel meer dieren waar Kees spreekwoordelijk mee aan het stoeien is. ‘Die plantjes in de brongasput zaten wel erg los in de grond. Wat denk je? Er zit een mol in die put, echt waar.’
Soort hobby
We lopen over de eerste brug in de richting van de spoorlijn. Ook daar hebben de groene handen van Kees hun sporen nagelaten. Hij staat bekend als de tuinman van het Landpad. Geraniums en korenbloemen versieren de rand van het pad, maar ook de calendula met haar prachtige oranje bloemen. ‘Ik geniet hier zelf ook van’, knikt Kees. ‘Een ander laat ’s avonds zijn hond uit en ik loop naar de overkant. Even kijken hoe alles er bij staat, wat water geven of onkruid weghalen. Het is een soort hobby.’
Geen afvalbak
Als we ook over de tweede brug, die van de Spoorsloot. zijn gelopen, komen we uit bij het bankje waar wandelaars of fietsers even kunnen uitrusten. ‘Mensen vragen zich af waarom er hier geen afvalbak staat. Wat mij betreft komt die er ook niet. Dan valt er geheid iets naast en waar voedsel ligt, komen ratten. Nu nemen mensen hun eigen rommel weer mee, prima toch?’ Met een bosmaaier houdt Kees het gras rondom het bankje op de juiste hoogte. ‘De grote maaier kan hier niet komen. Zo blijft het er knap uitzien. Ook hier houd ik de walkanten bij. Anders wordt het één bende met al dat riet, dat blijft maar groeien.’ Kees heeft eer van zijn werk. ‘Ik hoor regelmatig dat de mensen het fijn vinden dat het er hier zo netjes uitziet’, lacht hij. ‘Mooi toch?’