COLUMN JEROEN BROEDERS

Geld moet rollen

Laatst sprak ik iemand, die in de jaren zestig in mijn geboorteplaats in de gemeenteraad heeft gezeten. Hij vertelde dat in zijn tijd het meest gebruikte woord daar ‘bezuinigen’ was. En gek genoeg is dat, meer dan een halve eeuw later, in bijna alle 352 Nederlandse gemeenten weer het geval.

Op zich zou daar niets mis mee hoeven te zijn. Op zich is het helemaal niet erg dat je je eens in de zoveel tijd afvraagt waaraan het geld van de inwoners van een gemeente nu precies besteed wordt. Waar zijn we mee bezig? Doen we nog wel de juiste dingen? En wanneer zo’n discussie het ene jaar in de ene gemeente, en het daaropvolgende jaar in een andere gemeente gevoerd wordt, komen zo’n beetje alle gemeenten eens in de zoveel jaar wel een keer aan de beurt. Niks mis mee, zou je zeggen.

Maar helaas gaat het heel anders. De laatste jaren is de financiële situatie van ALLE gemeenten in Nederland dramatisch verslechterd. In veel gemeenten is al fors bezuinigd, in heel veel gemeenten moet er bezuinigd worden. En vaak leidt dat er ook toe dat lokale belastingen, zoals bijvoorbeeld de OZB, verhoogd moeten worden. En dan is er natuurlijk een hoop politiek gedonder.

Hoe is het mogelijk dat het in alle gemeenten zo slecht gaat? Zitten er dan overal idioten in de gemeenteraad en minkukels in het college?

Nee natuurlijk. De schuld hiervoor ligt duidelijk in Den Haag.

De afgelopen jaren zijn er veel taken vanuit het Haagse doorgeschoven naar de gemeenten. Daarbij ging het bijvoorbeeld om de WMO, de jeugdzorg en een groot gedeelte van het klimaatbeleid. Moeilijke taken, waar men in Den Haag erg mee worstelde. Taken, die men heeft doorgeschoven naar de gemeenten ‘omdat die het beter zouden kunnen doen’. Maar omdat men er op voorhand al vanuit ging dat gemeenten het beter zouden kunnen doen, zou men het ook goedkoper moeten kunnen doen. En dus kregen de gemeenten niet al het geld mee, waarvoor de rijksoverheid de taken eerst uitvoerde.

En hoe is het mogelijk: de gemeenten doen het misschien wel beter dan de rijksoverheid, maar niet zoveel goedkoper als waar men in Den Haag vanuit ging. Dus komen Nederlandse gemeenten inmiddels jaarlijks miljarden tekort op taken die ze verplicht zijn uit te voeren. Keer op keer worden in Den Haag weer mooie dingen verzonnen, die het werken in de gemeenten moeilijker en duurder maken. En keer op keer rekent men zich in Den Haag rijk over de rug van de gemeenten, en daarmee over uw en mijn rug.

Den Haag is de afgelopen jaren een onbetrouwbare partner van de gemeenten. Men gooit daar keer op keer zaken over de schutting. Den Haag ‘winkelt met de portemonnee van de gemeenten’ door steeds weer regelingen te bedenken die gemeenten moeten gaan uitvoeren, maar het benodigde geld vervolgens niet ter beschikking te stellen.

Ik schrijf dit in het weekend voor de verkiezingen. En wanneer u dit leest, kent u de uitslag waarschijnlijk. Maar ik zou er, als ik u was, voor uw gemeente niet te veel van verwachten. Op één na is eigenlijk geen van de landelijke politieke partijen van plan genoeg geld uit te trekken om de tekorten bij die Nederlandse gemeenten aan te vullen. En daarmee blijft schraalhans nog wel even keukenmeester in gemeenteland. Dat betekent dat in heel veel gemeenten nu gewerkt wordt aan bezuinigingsvoorstellen. En dat betekent bijvoorbeeld ook dat in heel veel gemeenten de discussie over de OZB weer gevoerd zal gaan worden.

Geld moet rollen, luidt het spreekwoord. Maar, vraag ik dan aan Den Haag, mag dat geld nu eindelijk eens een keer de schatkist van de gemeenten inrollen, in plaats van er alleen maar uit? Ook in een redelijk rijke gemeente als Drechterland raakt de bodem namelijk nu echt wel in zicht……

Jeroen Broeders
Wethouder Gemeente Drechterland